Ik zie wat ik geloof 

en verwonder me over de 

oneindige mogelijkheden van het bestaan

Want alles  bestaat

zodra het in gedachten is vormgegeven

 

 

Cynthia VandenBor (1973) woont en werkt in Rotterdam en legt zich voornamelijk toe op het schilderen van (pop)surrealistische vogelvrouwen. Deze hybriden komen voort uit haar liefde voor sprookjes, sagen en mythen.

Toen zij in 2010 langs een sloot reed en een reiger langs de waterkant zag staan, herkende Cynthia hierin een hooghartige sensuele dame op een hoog gehakte schoen. Een intrigerend beeld wat zij graag op doek wilde zetten.

De ‘vogelvrouw’ vertegenwoordigt het dierlijke in de mens en de ogenschijnlijk menselijke trekjes in dieren. Het zijn zonderlinge verschijningen die toch sensueel, elegant en vrouwelijk zijn.

Vogelvrouwen zijn altijd afgebeeld op hoge pumps en dragen hun veren aan hun vingers, hiermee beelden ze zowel vrouwelijke elegantie als vrouwelijk venijn uit. 

Cynthia beeldt met haar vogelvrouwen de geestelijke/spirituele ontwikkeling van de mens uit. De vogelvrouw staat letterlijk tussen twee werelden, de wereld van vrijheid en de wereld van gebondenheid en beperkingen, een vrouw die zich liever niet laat inkaderen.

Woorden als bevrijding en vrijheid lopen als een rode draad door Cynthia's leven, zie hierin ook de symboliek van de vogelvrouw die vrij rondloopt in haar blote billen. De hoge hakken en de verige vingers begrenzen haar waardoor zij helaas niet kan vliegen hoe graag ze die vrijheid ook zou willen.

Hoewel achter het werk vaak een filosofische gedachte schuilgaat, is voor Cynthia het decoratieve karakter en het beeld op zich van het grootste belang.
 

Naast 't schilderen geeft zij haar vogelvrouwen meer bestaansrecht door deze ook 3-dimensionaal uit te beelden en erover te schrijven. Af en toe stapt ze in een samenwerkingsproject met andere kunstenaars, geeft zij les aan senioren en is ze als kunstenaar verbonden aan een pilotschool Kunst-en Cultuur in Rotterdam waar ze sinds 2007 beeldende lessen geeft aan kinderen uit groep 4.. 

 

'ik BEN'